De ´r´ zit weer in de maand en dat betekent: let op inbrekers!

Het is donkerder en kouder buiten, en met de feestdagen in aantocht reden genoeg voor veel families om een enkeltje naar de zon te boeken. Een zonvakantie doet je de sneeuw en kou vergeten, maar niets is erger dan terugkomen en zien dat er is ingebroken. En we kunnen veel doen, maar ook de overheid kan ook meer doen.

Het nieuwe kabinet gaat namelijk bezuinigen op de preventie van criminaliteit. Directeuren van het Verbond van Verzekeraars en het Centrum voor Criminaliteitspreventie geven nu aan dat investeringen in politie hierdoor weinig zin hebben. Eerder werden er keurmerken als PKWV en KVO in het leven geroepen om woningen beter te beschermen tegen inbraken, iets wat het inbraakrisico met 37 procent deed afnemen. Een aanzienlijk percentage dat bewijst dat de keurmerken zorgen dat gezinnen beter beschermd zijn. Minder inbraken betekent daarnaast minder claims op woonhuisverzekeringen na inbraak. En minder claims betekent een minder hoge schadepost voor verzekeraars, aangezien deze claims verzekeringsmaatschappijen jaarlijks honderden miljoenen euro´s kosten.

Het afgelopen jaar werd er in totaal meer dan 55.000 keer ingebroken. Dat is per tien minuten een huis. Dat lijkt veel, maar in 2013 werd er nog elke zes minuten ingebroken, met een jaarlijks totaal van meer dan 90.000. Eerdergenoemde keurmerken als PKWV en KVO werken dus goed, naast bijvoorbeeld buurt-Whatsappgroepen, maar het aantal kan verder omlaag. Zo hebben veel mensen nog steeds zwakke deuren waardoor inbrekers makkelijker naar binnen komen. Een kwart van de achterdeuren in Nederland zijn binnen een minuut door inbrekers open te maken, en hoewel veel deuren steeds beter en zwaarder worden zijn ook inbrekers met hun tijd meegegaan en zijn er steeds professionele manieren om binnen te komen.

Wie denkt na een inbraak wel zijn of haar portie gehad te hebben moet zich daarnaast voorbereiden op de mogelijke terugkeer van de crimineel die heeft ingebroken. Een analyse over een tijdsperiode van vier jaar, uitgevoerd voor het Verbond van Verzekeraars, zag dat bij 8 procent van de woninginbraken, of 1 op de 12 slachtoffers, er sprake was van inbraak op een plek waar eerder al was ingebroken. Volgens diezelfde analyse gebeuren die zogeheten herhaalinbraken vaak binnen hetzelfde jaar. Omdat de cijfers ook uitwijzen dat er vooral wordt ingebroken in de wintermaanden, wordt er opgeroepen goed op te letten, het huis goed te beveiligen via de keurmerken en buren vragen op te passen als men op vakantie gaat.

Dan is er nog een bekende manier van inbreken waarbij slachtoffers gewoon thuis kunnen zijn. Babbeltrucs worden nog steeds uitgevoerd, vaak bij oudere mensen. Hoewel deze manier van inbreken even laf is als inbreken als men niet thuis is, is het grotere nadeel dat men niet wordt gedekt vanuit de inboedelverzekering als men zelf de inbreker het huis binnenlaat. Zolang er geen sporen van inbraak zijn en het slachtoffer, ondanks alle onschuld en goede bedoelingen, zelf de dader heeft binnengelaten, moet men zelf voor de schade opdraaien. Ook voor wie thuisblijft met de feestdagen, wordt alertheid gevraagd.