Dit is waarom er steeds minder woninginbraken worden gepleegd in Nederland

De afgelopen vijf jaar is het aantal woninginbraken in Nederland gedaald. Maatregelen van de overheid, een hardere aanpak door de politie maar ook burgerinitiatieven hebben hier een grote rol in gespeeld. Een overzicht van de grootste factoren in deze forse daling.

In 2012 sprak toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten uit dat woninginbraken met harde hand aangepakt zouden worden. Woninginbraken zorgen volgens experts voor langdurige trauma’s onder slachtoffers. Ze voelen zich nog lang onveilig en durven soms niet meer alleen thuis te blijven nadat ze een keer een inbraak hebben meegemaakt. Onder het label van “high impact crime” kwam de overheid samen met de politie met maatregelen die ervoor hebben gezorgd dat er sindsdien een daling in het aantal woninginbraken is in Nederland.

De politie is meer gaan surveilleren, met name in maanden dat er meer inbraken worden gepleegd (tijdens vakantieperioden of vanaf oktober tot aan de kerst), en is daarnaast actief bezig geweest met het verzamelen van data over inbrekers, om zo meer zicht te krijgen op mogelijke daders. Daarnaast zijn wijkagenten de straat op gegaan om bewoners te attenderen op mogelijke risico’s die hun woningen lopen. Bewustwordingscampagnes die zijn doorgezet tot op televisie en resultaat hebben gehad, omdat mensen zijn gaan inzien dat bijvoorbeeld een open raam een kans is voor een inbreker.

Burgers zijn, mede door die campagnes, ook actiever gaan nadenken over wat ze kunnen doen om woninginbraken tegen te gaan. Woningen zijn dan ook veiliger geworden, hebben het keurmerk Veilig Wonen gekregen (iets wat weer wordt gestimuleerd door woningverzekeringen die korting aanbiedingen als mensen dergelijke keurmerken hebben). En als laatste, en wellicht een van de meest efficiënte maatregelen, zijn bewoners zich gaan verenigen in verenigingen, Whatsappgroepen en andere initiatieven, om elkaar op de hoogte te houden als er bijvoorbeeld verdachte figuren door de wijken struinen of als een buurtbewoner op vakantie is.

Maatregelen als de bovenstaande vier hebben ertoe geleid dat in verschillende regio’s in Nederland spectaculaire dalingen zijn genoteerd. In Overijssel ging in sommige gemeenten het aantal woninginbraken in de afgelopen vijf jaar tot wel tachtig procent omlaag. En dat is maar goed ook, want het gros van de geslaagde woninginbraken wordt niet opgelost: maar 11,5 procent op landelijk niveau.

Veilig én goedkoper op reis dankzij korting op je woonverzekering

Steeds meer verzekeraars doen het: korting geven op je inboedelverzekering als je huis goed beveiligd is. Naast een goede gemoedsrust zorgt een veilig huis voor een lagere premie, met kortingen tot wel 20 procent. En dat kan tientallen euro’s per jaar schelen.

We zitten aan het einde van de zomer, en met de komst van de wintermaanden worden inbrekers onrustig. Wie nog denkt aan een last minute vakantie, doet er goed aan er voor de zorgen dat het huis op en top beveiligd is tegen inbraak. Niet alleen voor de eigen gemoedsrust. Want de kortingen die verzekeraars geven, tot wel 20 procent op de premie, zijn haast te voordelig om te laten lopen.

Op de inboedelverzekering van ABN Amro, ANWB, Bruns ten Brink, Centraal Beheer, Delta Lloyd en Unigarant krijg je 20 procent korting op de premie. Andere verzekeraars geven 5 tot 15 procent korting. Om voor de korting in aanmerking te komen moet je in het bezit zijn van een Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW)-certificaat, die je kan krijgen door een erkend bedrijf in te schakelen, dat de aanpassingen in de beveiligingen van je huis voor je doorvoert. Overigens kan je die aanpassingen ook zelf doen, al moeten de sloten en dergelijke voldoen aan het SKG-keurmerk met twee of drie sterren. Elektronische beveiliging moet de Borg-norm hebben.

Stijgingen bij Centraal Beheer
Klanten van Centraal Beheer, een van de maatschappijen die kortingen voor beveiligde huizen geeft, zijn overigens niet helemaal goedkoper uit wat betreft de woonverzekering. Centraal Beheer heeft aan hun klanten middels een brief bekend gemaakt dat per 1 augustus de premie is gestegen van de verzekeringen. Gedupeerden klagen bij het programma Radar over de onverwachte en vaak exorbitante stijgingen van premies, met uitschieters tot wel bijna 67 procent.

Centraal Beheer verdedigt de stijging door te zeggen dat er in de nieuwe woonverzekering meer gedekt wordt, en dat de premie meer is afgestemd op het risico dat verzekerd wordt. Zo zouden tuin- en glasverzekeringen tegenwoordig zijn inbegrepen, ook voor mensen die deze verzekering niet hadden. Centraal Beheer meldt verder dat klanten die het er niet mee eens zijn, kunnen overstappen naar een andere verzekeraar.

Univé verhoogt premie woonverzekering

Duizenden klanten van Univé zijn de afgelopen maanden onaangenaam verrast door een brief die van regiokantoor Univé Stad en Land op de mat viel. Daarin viel te lezen dat hun basisverzekering automatisch omgezet zou worden, naar een all-risk verzekering, met vanzelfsprekend een hogere premie. Onwetmatig, volgens deskundigen. Onhandige communicatie, volgens Univé.

In de brief die eind januari werd verstuurd naar meer dan 32.000 klanten van verzekeraar Univé, werden deze klanten op de hoogte gesteld van de ´extra service´ van de verzekeraar, die inhield dat klanten in de maand erop (februari) hun basisverzekering omgezet zouden zien worden naar een all-risk verzekering. Zo´n verzekering dekt de schade die een verzekerde zelf aan zijn huis of inboedel veroorzaakt, iets wat de basisverzekering van Univé niet verzekert. Maar daar waar de dekking hoger kwam te liggen, ging de premie – uiteraard – ook omhoog. Hoewel de brief over de extra ´service´ als advies bedoeld zou zijn, werd er in dezelfde brief aangegeven dat de basisverzekeringen, tenzij ze via de mail aangeven geen omzetting te willen, automatisch omgezet zouden worden.

Consumentenprogramma Radar besteedde aandacht aan de kwestie, omdat het hier niet ging om een advies, service of mogelijkheid maar een nieuw product dat wordt voorgeschoteld zonder dat de klanten ervoor kiezen. Experts die in de uitzending van Radar aan het woord kwamen noemden de brief en de actie van Univé onwetmatig. Er zou sprake zijn van ´misleiding´ en Univé zou formeel de nieuwe premie ook niet via automatische incasso mogen innen, zolang er geen sprake was van een formele overeenkomst tussen verzekerde en verzekeraar.

Pas na de uitzending van Radar besloot Univé te reageren op de kwestie. Het regiokantoor Stad en Land, waar de brief van afkomstig was, verklaarde zijn actie vanuit het feit dat er zich maandelijks problemen met klanten voordoen die niet voldoende verzekerd zouden zijn. Om hun klanten zo goed mogelijk van dienst te zijn besloot Univé de all-risk verzekering als standaard aan te bieden voor de basis woonverzekering. Dat dit ´aanbieden´ op een behoorlijke dwingende manier ging, weegt volgens Univé niet op tegen de teleurstelling die zo´n 100 tot 150 klanten per maand zouden ervaren, als ze erachter komen dat ze bij schade onvoldoende dekking hebben. Dat de brief en dus de omzetting uitging naar 32.500 klanten, tegen de rond de 100 klanten die per maand onvoldoende dekking blijken te hebben, is volgens de reactie van Univé vooral reden eens te kijken naar de manier waarop er met klanten gecommuniceerd wordt. Klanten die hun oorspronkelijke basisverzekering gewoon willen behouden kunnen dit volgens Univé aangeven, en zo eerder geïncasseerde premies terugkrijgen.

Storm in Nederland: waar ben je wel en niet voor verzekerd?

Afgelopen week raasde er een storm van ongekende proporties door Nederland. Dakpannen, takken tot zelfs Dixie-toiletten vlogen door de lucht. De schade liep in de miljoenen en de storm bezorgde verzekeraars overwerk. Want veel mensen weten niet altijd waar ze wel en niet voor verzekerd zijn bij stormschade.

Een trein die niet rijdt, te laat komen op werk of wind tegen: het hoort bij storm en het zijn niet de ergste dingen die je kunnen overkomen. Veel vervelender is het bijvoorbeeld als je huis of auto schade oploopt door een storm, zoals die van afgelopen week. Om precies te weten wat er wordt verzekerd bij stormschade, is het belangrijk om te weten wanneer er officieel sprake is van een storm volgens verzekeraars. De meeste verzekeraars houden windkracht 7 en alles daarboven aan, terwijl het KNMI spreekt van een storm vanaf windkracht 9.

Het is nu, in de nasleep van de storm, druk bij de verzekeraars en dat komt mede omdat mensen niet weten wat ze kunnen laten verzekeren. Als er sprake is van schade aan je huis door bijvoorbeeld rondvliegende takken of rukwinden dan kan je dat via je opstalverzekering laten dekken. De opstalverzekering dekt ook waterschade door storm, hoewel dat niet het geval is bij alle verzekeraars. Een inboedelverzekering kan je helpen voor extra dekking, maar alleen als je kan aantonen dat je er alles aan hebt gedaan om de schade te voorkomen (als je je raam hebt open laten staan of je tuinmeubels niet hebt vastgezet is de kans aanwezig dat de verzekeraar niks dekt).

Hoewel het begrijpelijk is om gelijk alles te willen zelf te willen opruimen na schade, of zelfs de ergste schade te willen repareren, is het belangrijk alles te melden voordat je aan enige reparatie begint, zodat de verzekeraar kan zien wat de precieze kosten voor reparatie zullen worden. Daarnaast wordt er altijd eigen risico in rekening gebracht bij stormschade, de hoogte daarvan verschilt per verzekeraar.

Als je schade hebt aan je auto, iets wat al snel gebeurt in een storm gezien de plek waar auto´s (meestal) worden geparkeerd, dan is het volledig afhankelijk van het type verzekering dat je hebt of er iets wordt uitgekeerd. Een WA-autoverzekering, verplicht in Nederland, dekt geen stormschade. Een beperkt casco – ook wel WA+ genoemd – of allriskverzekering verzekerd wel schade bij een storm.

Het kan ook voorkomen dat je tijdens een stormschade aan je huis krijgt door de buren. Deze schade valt onder je eigen inboedel- of opstalverzekering, omdat schade door storm bij verzekeraars wordt gezien als overmacht. Jij kan er immers niets aan doen dat een boom omvalt of er takken door de lucht vliegen. Bij zowel opstal- inboedel- als autoverzekering wordt er, als de schade wordt opgenomen, altijd gekeken naar wat je er zelf aan hebt gedaan om te schade te beperken. Als er een storm wordt aangekondigd op het nieuws, is het dan ook altijd raadzaam je daarop voor te bereiden, om schade te voorkomen en te zorgen dat eventuele claims worden vergoed.

De ´r´ zit weer in de maand en dat betekent: let op inbrekers!

Het is donkerder en kouder buiten, en met de feestdagen in aantocht reden genoeg voor veel families om een enkeltje naar de zon te boeken. Een zonvakantie doet je de sneeuw en kou vergeten, maar niets is erger dan terugkomen en zien dat er is ingebroken. En we kunnen veel doen, maar ook de overheid kan ook meer doen.

Het nieuwe kabinet gaat namelijk bezuinigen op de preventie van criminaliteit. Directeuren van het Verbond van Verzekeraars en het Centrum voor Criminaliteitspreventie geven nu aan dat investeringen in politie hierdoor weinig zin hebben. Eerder werden er keurmerken als PKWV en KVO in het leven geroepen om woningen beter te beschermen tegen inbraken, iets wat het inbraakrisico met 37 procent deed afnemen. Een aanzienlijk percentage dat bewijst dat de keurmerken zorgen dat gezinnen beter beschermd zijn. Minder inbraken betekent daarnaast minder claims op woonhuisverzekeringen na inbraak. En minder claims betekent een minder hoge schadepost voor verzekeraars, aangezien deze claims verzekeringsmaatschappijen jaarlijks honderden miljoenen euro´s kosten.

Het afgelopen jaar werd er in totaal meer dan 55.000 keer ingebroken. Dat is per tien minuten een huis. Dat lijkt veel, maar in 2013 werd er nog elke zes minuten ingebroken, met een jaarlijks totaal van meer dan 90.000. Eerdergenoemde keurmerken als PKWV en KVO werken dus goed, naast bijvoorbeeld buurt-Whatsappgroepen, maar het aantal kan verder omlaag. Zo hebben veel mensen nog steeds zwakke deuren waardoor inbrekers makkelijker naar binnen komen. Een kwart van de achterdeuren in Nederland zijn binnen een minuut door inbrekers open te maken, en hoewel veel deuren steeds beter en zwaarder worden zijn ook inbrekers met hun tijd meegegaan en zijn er steeds professionele manieren om binnen te komen.

Wie denkt na een inbraak wel zijn of haar portie gehad te hebben moet zich daarnaast voorbereiden op de mogelijke terugkeer van de crimineel die heeft ingebroken. Een analyse over een tijdsperiode van vier jaar, uitgevoerd voor het Verbond van Verzekeraars, zag dat bij 8 procent van de woninginbraken, of 1 op de 12 slachtoffers, er sprake was van inbraak op een plek waar eerder al was ingebroken. Volgens diezelfde analyse gebeuren die zogeheten herhaalinbraken vaak binnen hetzelfde jaar. Omdat de cijfers ook uitwijzen dat er vooral wordt ingebroken in de wintermaanden, wordt er opgeroepen goed op te letten, het huis goed te beveiligen via de keurmerken en buren vragen op te passen als men op vakantie gaat.

Dan is er nog een bekende manier van inbreken waarbij slachtoffers gewoon thuis kunnen zijn. Babbeltrucs worden nog steeds uitgevoerd, vaak bij oudere mensen. Hoewel deze manier van inbreken even laf is als inbreken als men niet thuis is, is het grotere nadeel dat men niet wordt gedekt vanuit de inboedelverzekering als men zelf de inbreker het huis binnenlaat. Zolang er geen sporen van inbraak zijn en het slachtoffer, ondanks alle onschuld en goede bedoelingen, zelf de dader heeft binnengelaten, moet men zelf voor de schade opdraaien. Ook voor wie thuisblijft met de feestdagen, wordt alertheid gevraagd.

Een nieuw voorstel: verplichte verzekering tegen klimaatverandering

Nu het weer in Nederland de komende jaren steeds extremer lijkt te worden, wil het Verbond van Verzekeraars dat we ons daarop voorbereiden. Gezien de geografie van Nederland zijn overstromingen een groot risico in de toekomst. De oplossing: een verplichte collectieve verzekering.

Het klimaat verandert en wij merken dat: van bosbranden in de Verenigde Staten, tropische stormen op de Cariben tot aardbevingen in Mexico en overstromingen in Zuidoost Azië. Ook in Nederland, al vertaalt zich dat momenteel nog enigszins positief uit, met lekker warme dagen in oktober.

Maar de klimaatverandering zal ook meer regen meebrengen, iets wat Nederland, verscholen achter dijken en duinen, behoorlijk kan raken. Het Verbond van Verzekeraars wil dan ook dat Nederlanders een verplichte collectieve verzekering afsluiten voor schade door overstromingen. Deze verzekering moet een verplicht onderdeel van de opstalverzekering worden, en moet elk huishouden tot zo´n €1,50 per maand extra gaan kosten.

Een opstalverzekering, die nu nog alleen brand- en stormschade vergoedt, is bij het afsluiten van een hypotheek verplicht. Daar zou in de toekomst dus ook overstromingsschade bij moeten komen. De afgelopen decennia boden verzekeraars geen overstromingsverzekeringen meer aan, omdat na de Watersnoodramp van 1953 er de angst bestaat dat een grootschalige natuurramp tot faillissement van de verzekeraars kan leiden. Momenteel is De Neerlandse, met een minimumpremie van 7,60 per maand, momenteel de enige maatschappij die overstromingsschade vergoedt.

De jaarlijkse premie op basis van de weersverwachtingen
Vanwege de veranderende weersomstandigheden wordt jaarlijks de premie voor woonverzekeringen verhoogd. In vergelijking met afgelopen jaar verhoogde het Verbond voor Verzekeraars die premie zelfs met zo´n tien procent. Verzekeraars kijken naar op welke schaal er stormschade is geclaimd, wat de weersverwachtingen zijn voor het nieuwe jaar, maar er wordt ook gekeken naar de grootte, de leeftijd, het bouwmateriaal en de locatie van een woning. Zo betaal je in stormachtige gebieden een hogere premie dan als je meer landinwaarts woont. Bij De Neerlandse kan je je bijvoorbeeld niet voor overstromingsschade verzekeren als je buitendijks woont.

Dat de premie voor woonverzekeringen de komende jaren zal blijven stijgen is de verwachting. Verzekeraars hebben berekend dat in het ergste geval de komende decennia de schade die nu al verzekerd wordt (stormschade) met ruim een kwart miljard euro per jaar zal toenemen. Daarbij is de mogelijke schade bij overstromingen, wat dus in de collectieve verzekering zou moeten komen, niet opgenomen.

Naast verzekeraars kan bij een grote natuurramp als een overstroming ook de overheid bijspringen. Dat staat in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. De hoogte van de tegemoetkoming die mensen krijgen bij schade door een overstroming staat daarin niet opgenomen. En dat is nu net een van de punten waarop Vereniging Eigen Huis het voorstel van het Verbond voor Verzekeraars voor een collectieve verzekering afschiet.

Reactie Vereniging Eigen Huis
Op de website schrijft de VEH dat verzekeraars zelf verzekeringen moeten gaan aanbieden, omdat bijvoorbeeld een groot deel van de Nederlanders maar weinig risico op overstromingen loopt en een collectieve verzekering vergoedt bij lange na niet alles, naast het feit dat ook van de bijdrage van de overheid volgens de Wet tegemoetkoming schade bij rampen elke keer maar de vraag is hoeveel er wordt bijgedragen. Daarom wil de VEH dat mensen zelf kunnen kiezen voor een overstromingsverzekering, die gegarandeerde dekking biedt.

Voor de smartphone gelden er nu bij veel inboedelverzekeringen beperkende voorwaarden

BNR, financieel communicatiebureau SevenEight en verzekeraar Unigarant meldden dat per begin juli jl. er bij veel verzekeraars beperkende voorwaarden gelden voor de smartphone. De smartphone is gedekt door de inboedelverzekering. Een aantal belangrijke beperkende voorwaarden zijn dat het laten vallen van de telefoon er niet meer door gedekt wordt, net als waterschade. Verder volgt uit onderzoek onder 23 allrisk inboedelverzekeraars gedaan door SevenEight dat acht van hen een verplicht eigen risico hebben ingesteld van tussen de €100 en €150. Meer dan de helft van hen voerde een maximaal claimbedrag in. De meer standaard inboedeldekking voor smartphones, zoals schade door brand of storm en diefstal, blijft wel behouden. Uitzonderingen zijn overigens de inboedelverzekeringen van Klaverblad en Univé. Bij hen zijn vooralsnog geen beperkende voorwaarden of verplicht eigen risico te ontdekken.

Unigarant licht de beperkende voorwaarden toe door te wijzen op de enorme groei van smartphonegerelateerde inboedelschadeclaims. In 2016 moest de verzekeraar 8500 schadeclaims uitbetalen, tegenover slechts 500 vijf jaar eerder. 37% van de inboedelschadeclaims gaat inmiddels naar smartphones. De stijging valt te verklaren doordat meer en meer mensen een smartphone hebben, doordat smartphones steeds duurder worden en doordat de consument steeds meer kennis heeft over de claimmogelijkheden. Zonder een aanpassing zou de schade niet meer te dekken zijn.

Het laten stijgen van de premie is echter geen werkbare optie. Teveel mensen zouden hierdoor geraakt worden, ook zij die erg voorzichtig zijn met hun smartphone. Het creëren van een aparte elektronicaverzekering waarin de smartphone wel voor val-, stoot- en waterschade is verzekerd is dan ook waar verzekeraars voor kiezen. Voor de consument die voor alle mogelijke schade verzekerd wil zijn, betekent dat dubbel betalen, aangezien een dergelijke polis een ongeveer even hoge premie heeft als een inboedelverzekering.

Het kiezen van een kluis en de inboedelverzekering

Hoewel het aantal woninginbraken met 14% daalde in 2016 ten opzichte van 2015, werd er toch 55000 keer ingebroken. Een goede kluis kan bij bezit van kostbaarheden of gevoelige documenten een aanwinst zijn.

Er zijn drie soorten kluizen, inbraakwerende, brandwerende en een combinatie van beide. Hoe brandwerend een kluis is, wordt uitgedrukt in beschermingstijd bij brand. 30 minuten volstaat voor de meeste consumenten omdat de brandweer vaak snel ter plaatse is. Inbraakwerende kluizen worden gerangschikt aan de hand van de waardeberging. Des te hoger de waardeberging, des te beter beschermt de kluis tegen inbrekers. Vaak wordt er gekozen voor een kluis met een inbraakwerendheid van tussen de €5000 en €9000.

Het is de waardeberging die relevant kan zijn voor sommige inboedelverzekeringen. Voor sommige inboedelverzekeringen is het hebben van een kluis met een bepaalde waardeberging zelfs verplicht. De hoogte ervan kan van invloed zijn op de hoogte van de dekking van de inboedelverzekering en het uit te keren bedrag bij diefstal. Daarbij komt dat de waardeberging schriftelijk vastgelegd dient te zijn, om die aan te kunnen tonen bij diefstal. Op die manier kan er geen onenigheid ontstaan tussen de verzekeraar en de verzekerde over de hoogte van het uit te keren bedrag bij ontvreemding.

Daarnaast is het volgens Roel Broek, eigenaar van sleutelmaker en slotenspecialist HBC-Almere, belangrijk een kluis vast te schroeven of te ketenen. Voor inbrekers zijn eigenschappen als de grootte, de waardeberging en het soort slot van de kluis uiteindelijk niet het belangrijkst. Inbrekers letten er vaak vooral op, of de kluis mee te nemen is. Het is daarom niet voor niets dat een aanvullende eis van veel inboedelverzekeraars is, dat de kluis vastgeketend of vastgeschroefd moet zijn.

Reaal isoleert kleine groep verzekerden op basis van frequentie en grootte schadeclaims

Verzekeraar Reaal brengt sinds eind april jl. een onderscheid aan tussen haar verzekerden. Uit haar onderzoeken blijkt dat een zeer kleine groep mensen, namelijk 2%, relatief vaak schadeclaims indient. Voor Reaal betekent dit hogere kosten. Deze kosten moeten worden gedekt en gewoonlijk wordt dit op slechts een manier opgelost: het laten stijgen van de premie voor elk van haar klanten. Zo betaalt iedereen de rekening voor een klein groepje verzekerden. Maar Reaal pakt het dus sinds kort anders aan, door deze kleine groep af te scheiden van de andere verzekerden en alleen hen meer premie te laten betalen voor hun woonverzekering, reisverzekering en/of aansprakelijkheidsverzekering. Het voordeel is dat de premie niet hoeft te stijgen voor de overige 98%.

Verzekeraars mogen een dergelijke maatregel nemen, al is het wel erg ongebruikelijk. Nog een maatregel die genomen kan worden bij teveel schadeclaims, is het stopzetten van de verzekering. Mocht dat gebeuren, dan wordt de oud-klant hoogstwaarschijnlijk ook geweigerd bij andere verzekeraars. Doorgaans nemen dezen geen klanten aan, die eruit zijn gezet door hun vorige verzekeraar. Op basis hiervan kan het advies gegeven worden, alleen noodzakelijke schades te claimen. Dit zullen vaak ingrijpende, goed uitlegbare schades zijn. Het is beter kleinere, onbelangrijkere schadegevallen uit eigen zak te betalen.

Tuinmeubelen en de inboedelverzekering

Het warmere deel van het jaar breekt langzaam maar zeker aan. Veel mensen zetten rond deze tijd voor grote bedragen aan tuinmeubelen en spullen buiten. De vraag die zich dan ook aandient, is of deze tuinmeubelen wel of niet verzekerd zijn.

Meestal zijn de tuinmeubelen inderdaad verzekerd. De inboedelverzekering dekt het. De inboedelverzekering dekt eveneens de tuinverlichting en, misschien wat onverwachts, wasgoed dat er te drogen hangt. Bij het afsluiten van een inboedelverzekering moet men er niettemin op letten, of er geen aparte aanvulling voor de tuin afgesloten dient te worden om de dekking erover te laten uitstrekken. Vaak geldt er een polismaximum van tussen de €1000 en €25000.

Andere spullen worden echter niet gekenmerkt als tuinmeubelen en vallen niet onder de inboedelverzekering wanneer ze in de tuin staan. Recent was er een zaak over gestolen, zeer dure barbecues in het nieuws. De gedupeerde verwachtte de schade vergoed te krijgen van zijn verzekeraar, Aegon. Deze beweerde echter dat de barbecues geen tuinmeubelen zijn. Kifid, de bemiddelende instantie tussen consumenten en financiële dienstverleners, gaf Aegon gelijk.

Het is dus zaak ervoor te zorgen dat de spullen die in de tuin staan maar niet vallen onder de algemeen geaccepteerde definitie van een tuinmeubel, weer binnen worden gezet aan het einde van de dag. Niet-tuinmeubelen vallen wel onder de inboedelverzekering als ze gestolen worden vanuit een afgesloten ruimte. Als de boven aangehaalde dure barbecues gestolen waren uit de schuur van de gedupeerde, dan waren ze wel vergoed geweest door de verzekeraar.